Ga het Woud in...

Woudziel

Over de ziel in de natuur

juni 2008

Maandelijks archief.

Celestijnse belofte

Gepost door Woudziel zelve op 21/06/2008
Toegevoegd onder: Films

Der Lindenbaum

Gepost door Woudziel zelve op 21/06/2008
Toegevoegd onder: Muziek

Der Lindenbaum

Aan een boom

Gepost door Woudziel zelve op 21/06/2008
Toegevoegd onder: Gedichten

Soms kijk je door je smalle ogen
zo zomers of je door de blaadren kijkt,
twee smalle stukjes blauw, het lijkt
door ochtendnevel licht bevlogen.
Beweeg maar niet. Want wie kan het verdragen
wanneer een boom zijn wortelen verlaat
en dansen gaat?
ik niet. En toch, je bent gemaakt om te bewegen
in lange lijnen als een langzame muziek,
en dan weer stil te staan, omhoog, een slanke basiliek.
Daar kan ik beter tegen.
ik ben vanavond in de tuin gegaan.
De bloemen waren alle wit, de maan
had haar ontroerd. Ik heb een boom omhelsd.
Hij was niet groot, zijn bast was hard,
maar ‘k voelde duidelijk het kloppen van een hart;
ik denk dat het alleen het mijne was.
Ik stond in het onzichtbare, natte en zware gras
en voelde me in ‘t paradijs gedreven.
Wie kan daar leven?

Maria Vasalis, Vergezichten en Gezichten

twee gedichten van een perzische soefidichter

Gepost door Woudziel zelve op 21/06/2008
Toegevoegd onder: Gedichten

Gedicht nr 1:
Deze wereld is als een boom en wij zijn het halfrijpe fruit.
Onrijp fruit klampt zich vast aan de tak
want, onrijp, is het nog niet klaar voor het paleis.
Wanneer vruchten rijp, zoet en sappig worden,
bijten zij op hun lippen en laten los.
Wanneer de mond zoet is door geluk,
verliest het koninkrijk van de wereld zijn aantrekkingskracht.
Al te zeer gehecht zijn aan de wereld is een teken van onrijpheid.
Zolang je een embryo bent,
houd je je bezig met het drinken van bloed.

Gedicht nr 2:
Het diepste bewustzijn in de mens is als de wortel van een boom
Zoals aan het harde hout van een boom bladeren ontspruiten,
Zo groeien in onze ziel en geest de bladeren al naargelang de wortels
van de bomen van het geloof wieken vleugels op naar de hemel
Stevig geworteld in de aarde en met de takken tot aan de hemel reikend.

Dichter: Jalal ad-Din Rumi (1207-1273)

Volgende » « Vorige