Baucis en Philemon
Gepost door Woudziel zelve op 19/06/2008 om 22:48
Toegevoegd onder: Mythologie
Baucis en Philemon vormden een vroom en arm echtpaar in Metamorphosis, een mythe van Ovidius.
Metamorfose
Na hun dood werd hij in een eik en zij in een linde veranderd. Deze bomen fungeerden als tempelbewaarders.
Gastvrijheid loont
De hut van Baucis en Philemon werd tijdens een zondvloed gespaard. Dit omdat zij onwetend gastvrijheid bewezen aan de beide vermoeide reizigers Zeus en Hermes. Beide goden waren al afgewezen op enige andere overnachtingsplaatsen door de rijken en voornamen. Op de plek van de hut werd later een tempel gebouwd en de eik en de linde werden de tempelbewaarders.
Moraal van het verhaal
De mythe vertelt dat de goden liefhebbende mensen beminnen.
De onderliggende psychologische boodschap van deze mythe zou kunnen zijn dat de persoon die voldoende aandacht besteedt aan de boodschappen van zijn onbewuste, van daar ook ondersteunende impulsen ontvangt voor zijn ik.
Baucis en Philemon (naar Charivarius)
Jupiter – alias Zeus -
met god Hermes, vermomd als mortalen,
zochten een veilig tehuis
toen zij zwierven door Phrygië’s dalen.
Iedere deur was op slot;
zij beproefden aan honderden huizen -
overal vingen zij bot,
tot zij klopten aan ‘t kleinste der kluizen.
Daar, voor zijn jaren nog vlug,
woont Philemon, de grijsaard, en Baucis,
grauw, en gebogen van rug,
dus je hoeft niet te vragen hoe oud z’ is!
Teeder beminde hij haar;
door gedegene liefde verbonden,
woont er het waardige paar,
zonder geld, zonder goed – zonder zonden.
Daar, in die schamele hut,
met wat riet overdekt en wat zoden,
zwak, en gebrekkig gestut,
wordt den zwervers gastvrijheid geboden.
Snel zoekt Philemon een bank
voor de gaste’ uit een donkeren hoek op;
knoestig en hard is de plank,
maar de vrouw legt er dalijk een doek op.
Zij blaast het smeulende vuur,
tot de vlammen al lekken en laaien,
hij haalt het spek uit de schuur,
en het bestje begint het te braaien.
Spoedig is alles gereed,
en als Baucis de tafel gaat dekken,
- proper, maar oud is het kleed -
kort Philemon den tijd met gesprekken.
En daar één poot van den disch,
door den ouderdom wankel geworde’,
korter dan d’ anderen is,
maakt hij dat met een potscherf in orde.
Baucis biedt wat ze bezit:
in de kast mag geen kruimeltje blijven:
eieren, goudgeel en wit,
kaas en brood, en Minerva’s olijven.
Knus in een mandje van riet
ligt de noot bij de rijpe kornoelje -
weelde die vin je daar niet,
maar het hart is zoo goed. En dàt voel je.
Dan nog een appel, een peer,
voor dessert een beschuitje met honing,
aardbeien zijn er niet meer,
maar wel druiven. Tot slot en bekroning
komt er nog wijn. Maar o schrik!
toen zij schonken, den gasten ter hulde,
zag hun verbijsterde blik
dat de kan zich van zelve weer vulde!
Biddende zijgen zij neer,
ja, nu zien ze : de gasten zijn goden!
“Straft ons, o go?niet te zeer
voor het schamele maal dat wij boden!”
stamelt Philemon, en thans
gaat hij gauw in de gaarde daar achter
‘t offerdier grijpen: een gans,
die zij hielden bij huis als een wachter.
Vlug vliegt de vogel bevreesd in de hut en zoekt heul bij de goden;
Vlug vliegt de vogel bevreesd
in de hut en zoekt heul bij de goden;
deze beschermen het beest
en verbieden den man het te dooden.
“Braven!” zoo spreken de goden;
“onze gunst hebt gij weten te werven;
spreekt! wat verlangt gij als loon?
Uw nabuurschap zal smadelijk sterven!”
“Dat g’ons uw dienaren maakt”
zegt Philemon, “en ‘t zij ons gegeven,
dat, als het einde genaakt,
wij malkanderen niet overleven!”
Zoo is geschied. In een poel
ligt de bodem der buren verzonken;
d’ oudjes bereiken hun doel,
want ‘t priesterschap wordt hun geschonken.
d’ Arme, bouwvallige kluis,
in het riet en met ranken omlooverd,
wordt op een teeken van Zeus
in een statigen tempel vertooverd.
Jaren nog dienden zij daar
als gewijden in Jupiter’s tempel. -
Eens op een dag stond het paar
voor den dienst bij den heiligen drempel,
toen zij bemerkten, dat plots aan hun lichamen takken ontsproten;
toen zij bemerkten, dat plots
aan hun lichamen takken ontsproten;
dit was de gave des gods
en de gunst voor de goede genooten:
Godes genadig bestel,
dat hun einde gelijk zoude komen.
Zacht klonk het tweemaal: “Vaarwel…!”
Toen veranderden beiden in boomen.


13 Nov 2008 om 19:04
leuk verhaaltje :)
26 Jan 2009 om 23:46
Echt een heel boeiend verhaal :) <33
16 Mrt 2009 om 15:16
STUMMH