Levensdrang
Jung geloofde dat de mens in belangrijke mate gestuurd wordt door een algemene ‘levensdrang’. Hij geloofde dat het wezen van de persoonlijkheid behalve door het persoonlijk bewustzijn ook, en grotendeels, gevormd wordt door wat hij het collectief onbewuste noemde, een overgeërfd deel van het onderbewustzijn dat volgens zijn leer in alle vertegenwoordigers van een ras of soort aanwezig is.

Archetypen
Jung ontwikkelde, uitgaande van deze leer, de archetypen. Deze archetypen, begrippen zoals vuur, besef van kwaad of ‘boze geest’, held, godsvrucht, enzovoorts, zijn als het ware overgeleverde, functionele oerdrijfveren die de persoonlijkheid van de mens structureren.

Zelfverwezenlijking door schaduwboksen
Het centrale doel van Jungs psychologie is het individuatieproces of de zelfverwezenlijking. Naast het ‘ik’ onderkent Jung het ‘zelf’ dat een centrum is dat zowel het bewuste als het onbewuste omvat en dus in principe onbegrensd is (aangezien het onbewuste ook het collectieve onbewuste betekent). De realisatie van dit tweede centrum naast het ‘ik’ is een proces dat gekenmerkt wordt door de vereniging van tegenstellingen in de mens zelf: goed en kwaad, licht en schaduw, binnen en buiten.

Vier basistypen

Jung is wellicht nog het meest bekend geworden door zijn typologie. In zijn boek Psychologische typen uit 1917 werkte hij vier basistypen van de menselijke persoonlijkheid uit. Hij stelde daarbij contrasterende functies tegenover elkaar: denken en voelen, perceptie (waarneming) en intuïtie. Eén daarvan is bij elk basistype dominant. Een bijkomende, belangrijke factor is of de psyche naar binnen (introvert) of naar buiten (extrovert) is gericht.

Mythologie en symboliek
Jungs systeem is hoogst ingewikkeld. Hij baseerde zijn ideeen op zowel ervaringen in zijn klinische praktijk, als de mythologie en zijn kennis van het vergelijkend symbolisme. Zijn werk wordt gekenmerkt door een groot aantal nieuwe concepten en principes.