Tijdens mijn studie leerde ik over de Gaia-hypothese van James Lovelock, genoemd naar de Griekse godin van de aarde, Gaea. In het kort: alle levende materie op aarde functioneert als één organisme.

Ik vroeg me al langer af: wat is eigenlijk een organisme?

Een zwerm spreeuwen die precies in formatie vliegen, is dat één organisme?

Of een Portugees Oorlogsschip? Het lijkt één kwal, maar eigenlijk is het een verzameling drijvende poliepen.

De mens wordt toch in het algemeen als één organisme gezien. Maar in de mens leven miljarden bacteriën zonder welke we nergens zouden zijn. Zijn dat aparte organismen, of horen ze bij ons, net als onze cellen?

Trouwens, in onze cellen zitten mitochondriën, en die bevatten hun eigen DNA, dat niet de onze is; waarschijnlijk een ander organisme dat geïncorporeerd is ergens in de evolutie, zo luidt de theorie. Tijdens een mondeling tentamen vroeg de professor mij wat ik daarvan dacht. Ik zei dat het me onzin leek. Hij lachte, en dacht ook dat het onzin was. In die tijd was de theorie net nieuw.

Een termietenheuvel. Een bijenkast met duizenden bijen. Ok dat lijken al weer wat meer individutjes te zijn, de bijen, maar toch… Als je een organisme beschrijft als iets dat uit onderdelen bestaat die elkaar nodig hebben om goed te kunnen functioneren dan is een bijenkolonie één organisme en de aarde ook.

Wij zijn onderdeel van deze aarde. Laten we ons niet als een kwaadaardig, maligne onderdeel van deze aarde gedragen, want dan gebeurt er dit:

Uit de Great Dicator, van Charlie Chaplin.