Ik moet gaan zitten, mijn schoenen uitdoen en mijn voeten in een voetenbadje doen, met eucalyptus. Daarna worden mijn voeten afgedroogd.

Eenmaal binnen krijg ik een blinddoek voor en moet ik aan L’s hand gaan lopen.

Mijn hand laat ik langs de muur glijden. Een kabel op de grond. We lopen het theater in, ik hoor springende mensen en aanwijzingen. L vraagt of ik weet waar ik ben. Ik zeg, volgens mij lopen we op de piano af. Jaja, zei L.

We lopen verder. Ik ben nu de draad al volledig kwijt. We gaan een trap op. L geeft nauwkeurige aanwijzingen. Ik ben steeds bang dat ik mijn hoofd stoot. Ik ben langer dan L en ik ben bang dat ze er gewoon niet aan denkt dat sommige mensen moeten bukken, soms. Ik loop een beetje gebogen. Het gaat goed. Weer kabels op de grond, maar ik stap er over heen.

Het wordt stiller. Waar zijn we? Ik ken het gebouw niet. Trap weer af. Geroezemoes. We zijn in de foyer vermoed ik. Het publiek stroomt al binnen voor de voorstelling zometeen. We lopen verder. Ik hoor een bekende stem die tegen me zegt: Vermaak je je? Ik vraag me af wie het is.

Het gaat maar door. Waar ben ik? Draaideur door. Op een gegeven moment moet ik op een bedje gaan liggen. Voorzichtig tast ik af, ja daar is het stretchertje. Ik ga voorzichtig liggen. Ik krijg een servetje en L zegt dat ik nu een stukje baklava krijg. Ik moet er een hapje van nemen zegt ze. Ik eet hem per ongeluk helemaal op.

Ik lig. In mijn rechteroor begint een stem te fluisteren (L? Ik denk het wel):

Je staat in een ruimte en de deur gaat open. In de deuropening staat een man met een hoed en een sigaar in zijn mond. Hij wenkt je om mee te komen. Je kent de man niet maar een vreemde kracht dwingt je hem te volgen. De man loopt over een bospaadje, in het vage schijnsel zie je zijn hoed. Hij kijkt om en wenkt weer. Je loopt de man achterna en samen zijn jullie in het donkere bos.

Zo gaat het verhaal door. Ik hoor om me heen ander gefluister. Kennelijk zijn er meer geblinddoekten. Het verhaal gaat door. Beelden gaan door mijn hoofd.

Het verhaal is afgelopen. Ik mag opstaan. Ik word verder geleid. L vraagt of de baklava lekker was.

We gaan weer een deur door. Weer een trap op. We zijn volgens L op de bovenste verdieping. Een stoel staat achter me. Zegt L. Ik mag gaan zitten. Ik tast naar de stoel. Ik ga zitten. Ik mag de blinddoek af doen. Knipperend kijk ik voor me uit. Een lege gallerij.

De voorstelling gaat beginnen. Een solodans van L. Heel gek als je het enige publiek bent. Alles is gek: in haar ogen kijken is gek, dat wordt al gauw staren. Wegkijken is ook gek. Ik bedoel, je gaat niet naar de muur kijken, toch. Bovendien, het is een leuke dans. Maar ik wil ook geen gluurder zijn, mijn hemel waar moet ik kijken. Ik kijk haar weer aan. Langzaam begint het gewoner te worden. Dit is leuk. Een voorstelling voor mij alleen.

Dan is het afgelopen. Ik applaudiseer. Ik zeg, dat was heel mooi, dit maakt mijn dag goed. Dank je wel L.