De primitieve mens

De primitieve mens ziet zichzelf niet als los van de omgeving.

Subject (waarnemer) en object (waargenomene) horen bij elkaar.

Alles is bezield.

De primitieve mens ervaart zichzelf evenmin als een denkend wezen, er wordt in hem gedacht.

Het zelf in een stam
In principe heeft elk mens een goddelijke kern, het zelf.
Bij primitieve culturen echter functioneert alleen het stamhoofd of de sjamaan als het zelf van de groep.

Als het stamhoofd een nieuwe droom heeft, bepaalt deze droom de nieuwe ethische grondhouding van de groep.

In dergelijke stammen dromen andere individuen dan het stamhoofd simpelweg niet.

De volgelingen stellen na de laatste droom van het stamhoofd nieuwe regels op voor de groep.

Schaduwboksen: lot en verlossing westerse mens
De groepsgeest van de primitieve mens verhoudt zich minder goed tot het huidige westerse denken, dat van elk individu een orientatie op de eigen weg vraagt.

Dat gaat niet zonder slag of stoot, want de rationele mens raakt in een crisis en strijdt om de verbinding met het zelf terug te vinden.

In het onbewuste of in de schaduw liggen de schatten verborgen die het innerlijke weten aansturen.
Jung koppelt destructiviteit aan de weigering tot bewustwording van die schatten.

Deze niet erkende kanten manifesteren zich door afkeuring vaak anders dan wat ze ten diepste inhouden.
Enige moed is nodig om ze met geduld te aanschouwen en niet opnieuw weg te stoppen.