Sinds enkele weken word ik ‘s morgens moe wakker. Ik heb het gevoel alsof ik de hele nacht heb lopen vechten. Vermoeide spieren. Flarden van dromen staan me bij. Geworstel, geruzie.

Waar ben ik ‘s nachts in vredesnaam mee bezig? Waar ben ik die acht uur?

Één nacht werd ik wakker. Ik was op een plek waar het zo donker was, dat ik dacht dat ik blind geworden was. Paniekerig greep ik het touwtje en trok eraan:

en er was licht. Gelukkig.

Ik bezoek wekelijks een medicijnman. Hij helpt me mijn weg te vinden in dit leven. Hij luistert, zwijgt, stelt vragen en houdt mee een spiegel voor.

Ik heb nog nooit over hem gedroomd, althans niet dat ik me herinner. Maar onlangs kwam hij me bezoeken.

Ik kreeg vioolles van hem. Maar de viool had geen snaren maar houten stokjes waarover ik met de strijkstok streek. De houtjes waren met de hand gesneden, enigszins onregelmatig. Ik kon ze ook ruiken. Ze waren ongeveer 1cm bij 1cm.

Ik had de houtjes verwijderd om ze schoon te maken, maar wist niet meer hoe ze weer teruggelegd moesten worden in hun groeven, maar de medicijnman liet het me zien.

Daarna zweeg hij. Ik wist niet wat te doen: de muziekles duurde nog luttele minuten en ik zou graag nog even spelen maar de medicijnman leek geen zin meer te hebben. Althans, dat dacht ik. Ik dacht, ik denk alleen maar dat ie geen zin meer heeft, wat moet ik doen? Vragen of niet vragen of ik het stuk nog een keer mag spelen?

Heb ik over de snaartheorie gedroomd? Waarbij de snaren door houtjes vervangen zijn? Mijn eigen houtjes-theorie? (Woudziel’s Houtje-Touwtje Theorie.)

Ben ik ‘s nachts in een parallel universum? Waar alles net iets anders loopt? Als je de volgende documentaire bekijkt, sta je nog wel even versteld denk ik. Ik denk dat mijn Woudziel in een van de vele parallelle universums te vinden is.

Over de snaartheorie en het parallelle universum